Belastingen en belastingheffing
Hoewel niemand graag belasting betaalt, heeft belastingheffing
wel degelijk een functie. Belasting betalen is als zodanig niet
bedoeld als straf.
Velen zijn van mening dat zonder belastingheffing van een
geordende samenleving geen sprake kan zijn. Het betalen van
belasting is volgens hen in wezen dan ook in het (welbegrepen)
eigenbelang van de burger. Slechts de mate waarin de burger aan
belastingheffing wordt onderworpen is in die zin voor discussie
vatbaar.
Naarmate door belastingheffing meer geld naar de overheid
toevloeit, neemt de invloed van die overheid op de samenleving
toe en omgekeerd.
De belangrijkste functie van belasting is dan ook de budgettaire
functie. Deze functie houdt in dat de opbrengst van de heffing
is bedoeld voor het financieren van collectieve goederen en
diensten waarvan politiek bepaald wordt dat zij algemeen
toegankelijk moeten zijn. Men neemt dan aan, dat deze functies
in andere gevallen niet in voldoende mate, of in algemene zin,
beschikbaar zouden zijn.
Hierbij kan worden gedacht aan zaken als rechtspraak, politie,
het wegennet, bijstand, zorg, subsidies, kunst en cultuur.
Belastingheffing heeft daarnaast een instrumentele functie. Dit
houdt in dat de overheid met de belastingheffing nevendoeleinden
voor ogen heeft. Hierbij kan worden gedacht aan een wijziging
van de inkomensverdeling (verdelingsfunctie), een bescherming
van nationale bedrijvigheid (allocatiefunctie), en het
beïnvloeden van conjunctuurbeleid (stabilisatiefunctie).
Er bestaan nogal wat scholen van economische theorieën. De twee
belangrijksten die zich blijvend hebben weten te manifesteren
zijn zij die dit gunstig beoordelen (Keynes, overheid in het
algemeen sinds de jaren 30), en de kritikasters van deze
functies (Libertarisme, Murray Rothbard, Ludwig von Mises).
De instrumentele functie van belastingheffing is in de tweede
helft van de 20e eeuw sterk toegenomen. Zij veronderstelt
overigens de mogelijkheid voor de overheid om de gevolgen van de
belastingheffing te analyseren en dat er een sterke correlatie
is tussen gewenste ontwikkeling en instrument.
Gezien de ontwikkeling van belastingheffing in de laatste 100
jaar wordt duidelijk dat de instrumentele functie de budgettaire
functie ondermijnt door reallocatie van zowel arbeid als
goederen en diensten ter compensatie van de instrumentele
functie. Dit gedrag is semi-chaotisch van karakter. Het is een
grote stimulans tot de voortdurende trend naar offshoring die we
in het Westen waarnemen.
Mogelijkheden om belasting te onderscheiden
Heffingen versus dienstbaarheden
Heffingen kunnen onder meer worden onderscheiden in transitieve
heffingen en intransitieve heffingen. Bij transitieve heffingen
vindt een overgang plaats van het eigendomsrecht over een goed
(waaronder begrepen geld) van de belastingplichtige naar de
overheid. Voorbeelden daarvan zijn de inkomstenbelasting,
vennootschapsbelasting, en omzetbelasting. Bij intransitieve
heffingen wordt een deel van het eigendomsrecht van een
belastingplichtige vernietigd, zonder dat het bij de overheid
terechtkomt. Voorbeelden daarvan zijn de boekverbrandingen in
het Derde Rijk, het omsmelten van in beslag genomen wapens en de
vernietiging van huizen in Palestina. Intransitieve heffingen
vallen niet onder het gangbare belastingbegrip.
Dienstbaarheden zijn verplichtingen die de overheid oplegt,
zonder dat daarbij geheven wordt. Men onderscheidt individuele
en sociale dienstbaarheden. Individuele dienstbaarheden zijn
door de overheid uitgevaardigde algemeen verbindende
voorschriften, waarin de bevolking wordt voorgeschreven hoe zij
zich moeten gedragen. Voorbeelden zijn kledingvoorschriften en
bouwvoorschriften. Sociale dienstbaarheden zijn dienstbaarheden
die op meer dan één persoon tegelijk drukken. Het betreft hier
voorschriften van dwingend recht, waarvan niet kan worden
afgeweken door contractanten (doorbreking contractsvrijheid).
Ook dienstbaarheden vallen niet onder het gangbare, meer enge
belastingbegrip.
Wijze van betalen
Belasting kan ook worden onderverdeeld naar de wijze waarop zij
worden voldaan. Men onderscheidt (a) heffingen in geld, waarbij
hetgeen wettelijk is verschuldigd wordt voldaan in geld, (b)
heffingen in natura, waarbij het wettelijk verschuldigde wordt
voldaan op een andere wijze dan in geld (bijv. successierechten
die worden betaald door de overdracht van aandelen of
obligaties), en (c) heffingen in arbeidskracht, hetgeen
feitelijk een corvee inhoudt (bijv. militaire dienstplicht en
juryplicht in Common Law-landen).
Fiscale heffingen
De feitelijk verschuldigde belasting is het resultaat van de
formule grondslag x tarief. De heffingsgrondslag is afhankelijk
van de belastingsoort. Het object van heffing is hetgeen
waarover wordt geheven. Het object van heffing komt veelal tot
uitdrukking in de grondslag van heffing. Bij de
vennootschapsbelasting bestaat de grondslag uit de fiscale
winst. Bij de heffing van douanerechten bestaat de grondslag
veelal uit de waarde van een ingevoerd goed
(ad-valorembelasting).
Tarieven kunnen constant, proportioneel, progressief en
regressief zijn:
type definitie voorbeeld
constant het tarief is onveranderlijk leges voor een
identiteitsbewijs
proportioneel het tarief is een onveranderlijk percentage van de
grondslag kansspelbelasting in Nederland (29%)
progressief het tarief is een stijgend percentage van de
grondslag, naarmate de grondslag stijgt inkomstenbelasting in
box I in Nederland
regressief het tarief is een dalend percentage van de grondslag,
naarmate de grondslag stijgt griffierechten bij grote geldsommen.